Menu

Is er iets meer vertederend dan kleuters van 2,5 tot 3 jaar hun eerste stapjes te zien zetten in ons Onderwijs? De eerste dagen zijn meestal een ware beproeving. Dit zowel voor kleuter, de ouders, grootouders, maar zeker ook voor de leerkrachten die de kindjes in hun klas krijgen. In de regel stromen deze kinderen na elke vakantie de school binnen. In september begint er een klein groepje kleuters. Na de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie zullen er telkens enkele kleuters bij komen. Tegen het einde van het schooljaar tellen de klasjes dan vaak 25 of meer kleuters. 

Kleuters steeds vroeger naar school

 In een reportage van Pano (25 oktober 2016) kon men zien hoe het gesteld is met de zindelijkheid van de zogenaamde kleinste kleuters. Zeker in het begin, maar lang niet altijd alleen in het begin van hun “schoolcarrière”, hebben deze kleuters al eens ongelukjes. Kan je het de leerkracht van het kleuteronderwijs verwijten een geurkaars aan te steken om de onaangename geur in de klas te bestrijden?

België is in Europa één van de weinige landen waar kleuters zo vroeg (2,5 jaar) naar school gaan. In Nederland gaan de kleuters pas vanaf 4 jaar naar de kleuterschool. 

Een school, en bij uitbreiding de inrichtende macht, kan steeds beslissen om de kleinste/jongste kleuters (want zo worden ze genoemd in de kleuterscholen) wel of niet te laten slapen. Daar beslissen zij autonoom over.

Het maken van de keuze door de school wordt in de meeste gevallen beïnvloed door het standpunt van de onderwijsinspectie (het feit dat het slaapuurtje al dan niet een verspilling is van de pedagogische tijd van de school). Zij neemt geen eenduidig en unaniem standpunt in waardoor in sommige gevallen de autonome schoolkeuze om de kleine kindjes al dan niet te laten slapen sterk bemoeilijkt wordt.

Je kind op 2,5 naar school sturen heeft echter ook voordelen. Studies tonen aan dat het pedagogisch goed is. Daarnaast is er nog het socio-economisch argument: school is namelijk gratis, de crèche niet. 

 

De brandveiligheid in crèches is echter goed geregeld in de regelgeving:

1. In de crèche heb je muren EI 60 en deuren EI 30 met de nodige brandweerstand. 

2. De keuken (risicolokaal) is zeker brandtechnisch gescheiden uitgerust, net als doorgangen naar andere compartimenten met een andere functie. 

3. De plafonds moeten daarenboven hun stabiliteit gedurende een half uur bewaren. 

4. Er hangt in elk lokaal rookdetectie; al dan niet autonoom of gekoppeld aan een brandcentrale. 

5. De groepjes waarin deze kindjes na de middag slapen zijn kleiner, meestal veel kleiner dan die in de kleuterschool. 

6. Om te vluchten heb je meestal niet veel meer nodig dan een verhoogd bed, voorzien van een hoge omboording rond om rond en  het bed staat best op wieltjes. De kindjes worden dan allemaal samen in één of twee bedjes gelegd en zo buiten gereden. Daarvoor heb je ook maar één of twee mensen nodig. 

7. Tevens moet er steeds één persoon aanwezig zijn die getraind is om kleine blusmiddelen te hanteren. 

8. Jaarlijks moet er minstens één keer geoefend worden in het evacueren van het kinderdagverblijf.

 

Slapend of wakend?

Naast de erg jonge leeftijd van de kinderen is er soms, de niet steeds doordachte, keuze van de school waar ze hun kleuters te slapen leggen. Er zijn genoeg voorbeelden van kleuters op een 2de verdieping (vluchtweg via een stalen trap met roosters), boven de stookkelder waarvan het plafond bestond uit houten balken en planken, een lokaal helemaal omsloten door andere lokalen waarvan de uitgangen ver van deze slaapplaats liggen tot zelfs in de kelder.

We moeten ons de vraag stellen of kleuters kunnen beschouwd worden als wakend? Zijn ze daarenboven en misschien nog belangrijker: zelfredzaam? De antwoorden op deze vragen bepalen van welk type gebouw (te transponeren naar het eigenlijke slaapklasje en zijn directe omgeving) we zouden moeten uitgaan: type 1, 2 of 3. 

Hierbij is een type 3 gebouw een gebouw waar er normaal wakende en zelfredzame mensen vertoeven (het grootste deel van onze scholen). 

Type 2 bevat zelfredzame mensen, maar met de mogelijkheid om te overnachten; de zogenaamde internaten. 

Type 1 is bestemd voor niet-zelfredzame personen.

Als je de flow volgt op onderstaande flowchart dan zal je merken dat ondanks het feit dat de kindjes slapen, ze toch als wakend kunnen beschouwd worden aangezien ze steeds door een wakend persoon worden begeleid en kunnen wakker gemaakt worden indien nodig.

 

slapend of wakend

Indien je de flow van de zelfredzaamheid bekijkt, dan kom je uit dat de kindjes vanuit hun diepe slaap geen instructies kunnen opvolgen. Dit maakt hen op dat moment “niet-zelfredzaam”.

zelfredzaam of niet

Preventieadviseurs in het onderwijs maken zich bijkomend zorgen over de grote brandlast die er verzameld wordt door de kleuterleerkrachten. We denken hierbij aan het knutselmateriaal (WC-rolletjes, kurken stoppen, plastic potjes, en dergelijke…). Dit in combinatie met de geurkaarsjes om de onaangename geurtjes van de niet zindelijke kindjes te verdoezelen. Een gevaarlijke situatie is dus in een kleuterklas nooit ver weg. Tegen het einde van de week zijn de kleuters ook heel erg moe. Sommige kindjes zijn vanaf 7u ’s ochtends  op school tot soms 18u ’s avonds. Sommigen slapen dan ook een ganse vrijdagnamiddag tot mama of papa hen komt halen. Wanneer de kleuters in deze diepe fase van hun slaap zouden moeten gewekt worden, kunnen ze nog veel minder de instructies opvolgen die nodig zijn om hen veilig uit de slaapklas te evacueren.

 

IMG 1629 slaapklas 600

Een concreet voorstel

Na de bespreking in de werkgroep van de Belgische normalisatiecommissie NBN CEN/TC 127 die de NBN S21-204 Brandveiligheid in schoolgebouwen op dit moment herschrijft, zijn volgende bouwtechnische en organisatorische maatregelen voorgesteld. Deze maatregelen moeten leiden tot meer tijd om te kunnen evacueren.

De bouwtechnische maatregelen zijn:

1. Het lokaal bevindt zich op het gelijkvloers (niet op verdieping, noch in de kelder)

2. Het lokaal heeft 2 uitgangen waarvan 1 rechtstreeks naar buiten (een sas mag, maar is brandtechnisch gescheiden van de rest van het gebouw).

3. De deur naar buiten draait open in de vluchtzin.

4. Alle wanden van de slaapklas hebben een EI van 30 minuten, evenals de deuren. Deze moeten zelfsluitend of bij brand zelfsluitend zijn.

5. Er is branddetectie in zowel de slaapklas als het compartiment waarin de slaapklas ligt. Op deze manier is er een heel snelle detectie van rook en kan er bliksemsnel gereageerd worden.

De organisatorische maatregelen zijn:

1. Een maximale slaapbezetting van 25 slapende kleuters:1 begeleider, vanaf 25: 2 begeleiders;

2. Bij het weerklinken van  de evacuatiesirene komen alle vrije leerkrachten helpen om de kindjes buiten te krijgen (normaal is het middagstudie voor de andere, grotere kinderen en zijn er dus vrije leerkrachten die geen klas hebben.)

3. Alle leerkrachten, maar ook de inrichtende macht krijgt een opleiding rond deze problematiek zodat ze beseffen welke risico’s er heersen en hoe er tegen te beschermen.

4. 1 keer per jaar wordt er een oefening gehouden waarbij de slapende kleuters worden gewekt door de evacuatiesirene zodat alle betrokkenen weten wat te doen en hoe het er in deze situatie aan toe gaat.

Met al deze maatregelen hopen we de risico’s tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.

 slaapklasje 400 s

Conclusie

Laat dit geen pleidooi zijn om het slaapuurtje in de kleuterschool af te schaffen. Wel om te voldoen aan de brandtechnische eisen zodat iedereen veilig kan slapen. Dit is een win-win voor alle partijen namelijk: de ouders zijn gerust dat hun kindje in veilige omstandigheden kan slapen. Ook de leerkracht heeft dankzij uitgeruste kleuters een aangename namiddag en een gunstig verloop van de les.

 Auteur : Peter Vanden Broucke